
Jurisprudentie
BG1105
Datum uitspraak2007-11-29
Datum gepubliceerd2008-10-22
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGemeensch. Hof van Justitie v.d. Ned. Antillen en Aruba
Zaaknummers187 HLAR 15/07
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-10-22
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGemeensch. Hof van Justitie v.d. Ned. Antillen en Aruba
Zaaknummers187 HLAR 15/07
Statusgepubliceerd
Indicatie
Afwijzing verzoek om per onderhandse akte de hypotheekhouder van een woonhuis te doen vervangen en hiervan aantekening te doen plaatsvinden in het desbetreffende register.
Het door appellante gedane verzoek strekt tot het verrichten van een rechtshandeling naar burgerlijk recht. Nu dat verzoek derhalve niet op enig publiekrechtelijk rechtsgevolg was gericht, houdt de brief waarbij het is afgewezen geen beschikking in, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Lar, waartegen krachtens artikel 7, eerste lid, van die verordening beroep bij het Gerecht kon worden ingesteld. Aangevallen uitspraak vernietigd.
Uitspraak
187 HLAR 15/07
Datum uitspraak: 29 november 2007
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA
Uitspraak op het hoger beroep van:
Anthycco International LTD., gevestigd te Tortola op de Britse Maagdeneilanden,
appellante,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 22 maart 2007 in het geding tussen:
appellante
en
notaris mr. M. van der Plank.
1. Procesverloop
Bij brief van 29 maart 2006 heeft notaris mr. M. van der Plank (hierna: de notaris) appellante medegedeeld dat hij haar verzoek om per onderhandse akte de hypotheekhouder van het woonhuis aan de Snipweg 60 te Curaçao, F. van Lanschot Bankiers N.V., te doen vervangen door haar en hiervan aantekening te doen plaatsvinden in het desbetreffende register afwijst.
Bij uitspraak van 22 maart 2007 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao (hierna: het Gerecht), het door appellante daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief, bij het Hof ingekomen op 27 april 2007, hoger beroep ingesteld.
De notaris heeft een verweerschrift ingediend.
Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 oktober 2007, waar appellante, vertegenwoordigd door haar directeur [de directeur], bijgestaan door mr. G.A.S. Maduro, advocaat, en de notaris in persoon, bijgestaan door mr. R.E.F.A. Bijkerk, advocaat, zijn verschenen.
Het Hof heeft het onderzoek ter zitting geschorst. Partijen hebben nadere stukken ingediend. Met toestemming van partijen is afgezien van een verdere behandeling van de zaak ter zitting en heeft het Hof het onderzoek gesloten.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna: de Lar), voor zover thans van belang, wordt onder een beschikking verstaan een schriftelijk besluit van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling die niet van algemene strekking is.
Ingevolge artikel 7, eerste lid, kunnen natuurlijke personen of rechtspersonen, die door een beschikking rechtstreeks in hun belang zijn getroffen, daartegen beroep instellen bij het Gerecht.
2.2. Ambtshalve overweegt het Hof als volgt. Het door appellante gedane verzoek strekt tot het verrichten van een rechtshandeling naar burgerlijk recht. Nu dat verzoek derhalve niet op enig publiekrechtelijk rechtsgevolg was gericht, houdt de brief waarbij het is afgewezen geen beschikking in, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Lar, waartegen krachtens artikel 7, eerste lid, van die verordening beroep bij het Gerecht kon worden ingesteld.
2.3. Het hoger beroep is reeds hierom gegrond. Hetgeen in het hoger-beroepschrift is aangevoerd, behoeft geen bespreking. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen het Gerecht had behoren te doen, zal het Hof het alsnog onbevoegd verklaren om van het bij hem ingestelde beroep kennis te nemen.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao van 22 maart 2007 in zaak nr. 2006/70;
III. verklaart het Gerecht onbevoegd om van het in die zaak ingestelde beroep kennis te nemen;
IV. verstaat dat de griffier aan appellante het door haar voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van Naf. 300,00 (zegge: driehonderd gulden) terugbetaalt.
Aldus vastgesteld door mr. H.L. Wattel, Voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, Leden, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Martinez, griffier.
Voorzitter
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 november 2007
Verzonden:

